Toekomsttraining TOP klas

Auteur: Mariëlle Koenders, Terwindtschool Nijmegen (Koninklijke Kentalis).
Methode: training
Doelgroep: TOS kinderen 10-12 jaar die de school verlaten en zich moeten voorbereiden op een vervolgschool.
Individueel/groepsgewijs: groepsgewijs
Begeleiden met: Leerkracht, vak (spel)therapeut

 

Download de Toekomsttraining TOP klas hier!

 

Doelstelling

Het doel van de training is het vergroten van het zelfvertrouwen en de weerbaarheid van het kind. Het kind leert steviger in zijn schoenen te staan door te kunnen en willen handelen in sociale situaties.

Inhoud

In de training worden 4 thema’s behandeld:

Jezelf presenteren: werken aan je houding, bewegen, jezelf voorstellen. Door middel van bewegingsspelletjes, presentatieoefeningen en rollenspellen wordt gewerkt aan de presentatie van het kind. Het kind leert meer controle te krijgen over het lichaam; hoe span en ontspan je je lichaam bijvoorbeeld. Maar werkt ook aan een stevige, zelfverzekerde houding. Een oefening hierbij is bijvoorbeeld ‘Sterk staan als een boom’. De kinderen bewegen en dansen op muziek. Als de muziek stopt, moeten ze rustig, maar stevig staan.

Opkomen voor jezelf: herkennen van ja/nee gevoel, uiten van ja/nee gevoel.  Een manier om dit te oefenen is om verschillende geuren, afbeeldingen, geluiden, smaken voor te leggen aan de leerlingen. Zij geven middels het kleuren van een cirkel aan of dit een ja (groen) of nee (rood) gevoel oproept.

Een ander aspect van dit thema is het oefenen van mening geven en het uiten van gevoelens van jezelf en anderen. Dit kan een gevolg zijn op bovenstaande oefening. De leerling moet dan onderbouwen waarom dit een ja/nee gevoel geeft. De leerlingen bespreken met elkaar de overeenkomsten en verschillen met elkaar. De leerlingen leren dat iedereen zo een andere mening heeft en dan dat oké is.

In dit thema wordt ook geoefend met de bewustwording & acceptatie van de TOS. De poster JOS heeft TOS wordt besproken met elkaar en samen wordt gekeken naar de film ‘Mijn ding is taal zeg maar niet echt’.

Omgaan met conflicten: hoe zien ‘boos’ en ‘irritatie’ er bij jezelf en anderen uit. Laat bijvoorbeeld een aantal kinderen ‘boos’ spelen en vraag andere kinderen dit gedrag/deze emotie te beschrijven. Wat zien ze? Zien alle kinderen er hetzelfde uit? Een andere manier om emoties te leren is het tekenen of schilderen met het thema ‘hier word ik boos van’.

Vervolgens wordt geoefend met het ervaren van de verschillende gradaties van emoties. Dit kan aan de hand van de ‘Vollehoofdenthermometer’ (Kraijenhof, 2010).

Samen spelen en werken: In het laatste thema wordt geoefend met contact maken en leren samenwerken. De kinderen leren doormiddel van spel om op een gepaste wijze contact te maken met een ander. Daarnaast is aandacht voor de kracht van het samenwerken. Ook hierbij heb je taal nodig. Doormiddel van spel worden de kinderen gestimuleerd om samen na te denken, te overleggen en handelingen uit te voeren.

Een voorbeeldje

Een presentatieoefening in thema 1 is bijvoorbeeld het spelen van een journalist. De leerlingen worden opgedeeld in paren. Ze stellen elkaar vragen over school, gevoelens, familie. Ze moeten dit onthouden/opschrijven en na 10 min vertellen aan de klas.

Een bewegingsspelletje bij thema 3 is bijvoorbeeld: leg 3 hoepels neer in een ruimte. In de eerste hoepel speelt een kind ‘een beetje boos’, in de tweede hoepel wordt ‘boos’ gespeeld en in de derde hoepel ‘heel boos/woedend’. Deze oefening kan gekoppeld worden aan de thermometer.

Als derde aspect in thema 3 wordt nagedacht over strategieën om rustig te worden en te blijven (dit noemen we coping strategieën). Tijdens het spelen van spelletjes wordt stil gestaan bij de ervaringen in het lichaam. Hoe voelt je lichaam als je verliest of wint? Waar zit je dan op de thermometer? Dan wordt geoefend met het even stoppen als je je niet prettig voelt en stil gestaan bij het probleem. Het kind moet dan 3 plannetjes bedenken en 1 plan uitvoeren. Hoe voel je je daarna? Is het vervelende gevoel weg?

In thema 4 wordt geoefend met contact maken en samenwerken. Het contact maken kan geoefend worden met het ‘Ogen spel’. De leerlingen krijgen een vel papier en potlood. Ze gaan alle leerlingen ‘ontmoeten’ en de kleur van hun ogen opschrijven. Hoe maak je contact? Samenwerken kan geoefend worden met een kleispel. De leerlingen worden opgesplitst in tweetallen. Samen ga je een fantasiedier van twee kleuren maken. Ter voorbereiding worden er klassikaal vragen bedacht/opgeschreven, die je zou kunnen stellen wanneer je gaat samenwerken.

Werkvormen

Sociale interactie, bewegingsspelletjes, presentatieoefeningen, rollenspel, posterbespreking, filmpjes op internet, tekenopdrachten