Schoolverlatersboekje

Auteur: Anne Ferwerda-Evers, Dr. Bosschool Arnhem (Koninklijke Kentalis)
Methode: werkboek
Doelgroep: TOS/DSH kinderen 7-8 jaar die tussentijds uitstromen van school. Kinderen die extra oefening nodig hebben in de communicatie
Individueel/groepsgewijs: individueel
Begeleiden met: Iedere volwassene (ouders, professionals)

Doelstelling

Het doel is om probleemoplossende vaardigheden in de communicatie te vergoten.

Inhoud

Aan de hand  van opdrachten uit het werkboek oefenen de kinderen met het aanleren van communicatieve vaardigheden. Vaardigheden die ze straks op hun nieuwe school ook nodig gaan hebben. Het kind wordt door de opdrachten gestimuleerd iets te vragen aan andere kinderen of een leerkracht. Bijvoorbeeld: hoe vraag ik om uitleg? Hoe vraag ik iets om te lenen? De logopedist bespreekt de oefeningen 1 op 1 met het kind. De leerling kan zijn ‘probleem situatie’ oefenen in de (nieuwe) klas.

Het werkboek begint met een introductie. Het kind vult zijn eigen gegevens in zoals naam, (nieuwe) school, groep, haarkleur. Er werd dus kort ingegaan op kenmerken die horen bij de ‘ik’ van het kind. Daarna komen de tips. De tips gaan over hoe een kind een probleem kan aanpakken. Het gaat dan om problemen op het gebied van de communicatie. Het kind oefent dan met het oplossen van een probleem d.m.v. een opdracht. Na het uitvoeren van de opdracht wordt bevraagd hoe het kind het vond gaan en wat er moeilijk/makkelijk aan was. Achterin het werkboek staan manieren hoe iemand met TOS/DSH geholpen kan worden in de communicatie. Het kind mag uit de opties aanvinken wat bij hem/haar past.

Een voorbeeldje

Tip: zeg; ’ ik begrijp het niet’ als je iets niet begrijpt en vraag ‘wil je het nog een keer zeggen?’.

Opdracht: vandaag begrijp ik niet wat de juf zegt. Ik vraag of ze het nog een keer wil zeggen.

Het kind zet op een lijn een streepje hoe hij/zij zich daar bij voelde. Er wordt kort stil gestaan bij de emotie die het kind voelt op dat moment. Aan de linkerkant van de lijn staat een verdrietig gezichtje, aan de rechterkant een blij gezichtje. Verder vult het kind in wat makkelijk en moeilijk was bij het uitvoeren van de opdracht.

De juf schrijft dan op wat er goed ging (top) en wat nog beter kan (tip).

Werkvormen

Praktische opdrachten, sociale interactie, invuloefeningen