Vollehoofdenboek

Auteur: Linde Kraijenhof, 2010
Methode: werkboek
Doelgroep: Kinderen vanaf 8 jaar en hun volwassen omgeving. Deze kinderen ondervinden problemen in de informatieverwerking en/of hebben een  verhoogde (prikkel)gevoeligheid. Het boek sluit ook aan bij (jong) volwassenen of anderstaligen die baat hebben bij eenvoudig en concreet taalgebruik en van ruimschootse visuele ondersteuning.
Individueel/groepsgewijs: beiden
Begeleiden met: Iedere volwassene (ouders, professionals)

Doelstelling

Het doel is om diagnoses waarbij problemen zijn op het vlak van informatieverwerking en /of door een verhoogde prikkelgevoeligheid te kunnen uitleggen en bespreekbaar te maken.

Inhoud

Het werkboekje kan samen met kind en ouder/begeleider gelezen worden. Samen kan gesproken worden over de tekst en de opdrachtjes. Het is de bedoeling dat er een gesprek en uitwisseling over elkaars ervaringen ontstaat. Het boek begint met nadenken over hoe je kunt merken wanneer je hoofd vol zit (hoofdstuk 1) en waardoor dat kan gebeuren (hoofdstuk 2). In het derde en vierde hoofdstuk wordt uitgelegd hoe informatieverwerking in je hoofd werkt en wat er gebeurt als daar problemen mee zijn.

In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op hoofden die zo in elkaar zitten dat ze nog sneller vollopen dan de meeste hoofden (prikkelgevoelige- en ‘puzzel’-hoofden en hoofden waarin je eerder verdwaald of snel van de ‘hoofdweg op de zijweggetjes’ raakt).

Hoofdstuk 6  voorziet in een ‘Vollehoofdenchecklist’ als hulpmiddel bij het tijdig leren opmerken van eigen signalen van een vol hoofd. Op de ‘Vollehoofdenthermometer’ in hoofdstuk 7 kunnen de gebruikers aangeven hoe vol hun hoofd zit en wanneer het tijd is om een helpplan te bedenken. Hoofdstuk 8 laat volle hoofden zelf aan het woord; ervaringsdeskundige kinderen, jongeren en volwassenen vertellen over hun volle hoofd en wat hen daarbij helpt. In de laatste twee hoofdstukken worden er ruimschoots tips gegeven wat je zelf kunt doen/ denken om je eigen hoofd rustig te maken en hoe anderen je erbij kunnen ondersteunen.

Een voorbeeldje

In hoofdstuk 7 kan er geoefend worden met het invullen van de vollehoofdenthermometer. Er worden uitspraken aangereikt als : ‘De meester bleef maar praten. Het duurde veel te lang. Ik snapte er niks meer van. Ik wilde dat hij zou stoppen.

Op welk streepje staat volgens jou de thermometer?

Werkvormen

Invuloefeningen, tekenopdrachtjes, verhaaltjes, tips