SpraakTaal Kids

Auteur: Jet Isarin (2015) 
Methode: werkmap (3 delen)
Doelgroep: Voor (jonge) kinderen met TOS/Communicatie- problemen, ontwikkelingsachterstanden. Opgesplitst in  3 leeftijdsgroepen: 4-7 jaar, 7-10 jaar en 10-14 jaar.
Individueel/groepsgewijs: beiden
Begeleiden met: iedere volwassen (ouders, professionals)

Doelstelling

Het eerste doel van  de werkmap is om meer te leren over jezelf. De kinderen worden uitgedaagd om na te denken over hun zelf, taal en op TOS. Het tweede doel is dat het kind meer leert over wat TOS voor hem/haar is en hoe hij/zij hiermee om kan gaan.

Inhoud

Elke map is opgedeeld in 8 delen, de werkboekjes, met daarin verschillende hoofdstukken. De delen zijn in alle mappen hetzelfde. De inhoud van de delen is aangepast naar leeftijdsgroep. De 8 delen worden ook wel ‘samen-deeltjes’ genoemd, omdat het boekjes zijn waarin het kind sámen met de volwassene denkt, doet en praat.

Deel 1: IK

Deel 2: Mijn lijf

Deel 3: Ik en mijn wereld

Deel 4: Mijn tijd

Deel 5: Taal

Deel 6: Spraaktaal

Deel 7: Als ik later groot ben

Deel 8: Ik in het kort

Deel 1 gaat helemaal over jezelf. De kinderen denken na en praten over wat ze leuk en niet leuk vinden, wat ze wel en niet goed kunnen en welke eigenschappen ze hebben. Ze leren ook over emoties. Wanneer voel je je fijn en niet fijn en waarom. Wanneer ben je trots of schaam je je? Bij de oudere kinderen worden ook de meer complexere emoties behandelt (dankbaar, vernederd).

In deel 3 gaat het over je lijf. Bij elke leeftijdscategorie begint het over je lichaam van top tot teen en over je hoofd. Bij de jongste groep staan verder ook opdrachten of je romp en je ledematen. Bij de oudere leeftijdsgroepen gaat het verder en komen er ook opdrachtjes over je hoofd en je binnenkant (hersenen, organen) of je kleding.

Deel 5 gaat over taal. Wat is taal en wat kun je ermee? De jongere kinderen leren nadenken over klanken en brabbeltaal, verhalen vertellen van de dag. Oudere kinderen leren ook nadenken over het doel van een verhaal vertellen, wat je nodig hebt om een verhaal te vertellen of bijvoorbeeld liedjes te maken en te zingen.

Ook wordt er ingegaan op je ontwikkeling van taal en wat je er moeilijk aan vindt (deel 6). Bij de oudste twee leeftijdsgroepen wordt ook ingegaan op manieren van communiceren, plagen en pesten en innerlijke taal.

Deel 7 gaat over de toekomst. Eerst wordt ingegaan op je leven nu; waar woon je nu en met wie leef je. Dan op met wie wil je leven. De oudere kinderen worden uitgedaagd om verder na te denken over welk beroep je later wil worden en hoe je later wil gaan wonen. Maar ook, want vind je van de ideeën hoe anderen willen gaan wonen.

De deeltjes in de map kunnen ook afzonderlijk gebruikt worden. De mappen kunnen ook na elkaar gebruikt worden. Zo kun je bijvoorbeeld beginnen met map 1 en een paar jaar verder gaan in map 2 etc. Het kind kan zo goed zijn ontwikkeling terug zien.

Er staan verschillende opdrachten in de mappen: schrijfopdrachten, zoekopdrachten (de mappen zijn voorzien met stickervellen en werkbladen. De stickers kunnen gebruikt worden bij de opdrachtjes en helpen het kind om over het onderwerp te praten), plakopdrachten en doe-opdrachten.

Een voorbeeldje

In de map 7-10 jaar gaat het in deel 1 (hoofdstuk 8) over je gevoel. Zo is een invulopdracht om op te schrijven wat je doet om aan anderen te laten zien als je blij, boos, bang, bedroefd bent. Bijvoorbeeld: ‘als ik blij ben, dan doe ik……’. Als je hulp nodig hebt in hoe je je voelt, dan kun je de stickers erbij plakken. Je kunt stickers met emotiewoorden erbij zoeken en deze erbij opplakken.

Een voorbeeld van een knutselopdracht is het maken van een kijkdoos. Maak een kijkdoos met dingen waarop je trots bent.

Werkvormen

Invulopdrachten, knutsel- en tekenwerk, ervaringsverhalen, tips