PAD-leerplan

Auteur: Greenberg, M.T. (e.a.); Nederlandse bewerking door: Seminarium voor Orthopedagogiek en Trimbos Instituut. Hogeschool van Utrecht Seminarium Orthopedagogiek, Utrecht, 2005
Methode: training/cursus
Doelgroep: Voor kinderen uit het regulier en speciaal onderwijs in de leeftijd van 4 – 12 jaar, die extra oefening nodig hebben in de sociale vaardigheden. Goed te gebruiken voor kinderen met een auditieve, communicatieve beperking/ontwikkelingsachterstand.
Individueel/groepsgewijs: groepsgewijs
Begeleiden met: Leerkracht Scholing vereist

Doelstelling

De twee hoofddoelen van het plan zijn
1) het bevorderen van de zelfkennis en de sociale vaardigheid van de leerlingen: leerlingen krijgen inzicht in de manier waarop hun emoties invloed hebben op hun eigen functioneren
2) het bevorderen van onderwijskundige en opvoedkundige processen in de groep.

Inhoud

In het PAD-leerplan spelen vier thema's een centrale rol:

1. Zelfbeeld: hoe waardeer ik mijzelf en hoe gedraag ik mij tegenover mijn leeftijdgenoten?

Het leerplan besteedt bij het ontwikkelen van een positief zelfbeeld veel aandacht aan het omgaan met leeftijdgenoten. In dit thema wordt het 'Pad-kind van de dag' geïntroduceerd. Het Pad-kind van de dag mag de docent helpen en krijgt van zijn medeleerlingen en van de docent expliciet complimentjes. Het omgaan met leeftijdsgenoten komt op verschillende momenten en manieren terug in het leerplan. Zo is onder meer aan de orde wat een vriend is, hoe je het na een ruzie met een klasgenoot weer goed kunt maken, hoe je kunt omgaan met pesterijen en wat het gevoelsmatige verschil is tussen ergens bij horen of buitengesloten worden.

2. Zelfcontrole: hoe stem ik mijn gedrag op mijn gevoelens af?

Het ontwikkelen van zelfcontrole gebeurt aan de hand van de Schildpadmethode (‘even rustig worden’ door in je schild te kruipen en diep adem te halen. Dan weer uit je schild kruipen en reageren) en de Stoplichtmethode (rood = stop, oranje = wat is er en wat kan ik eraan doen, groen = probeer het uit!). De kinderen leren deze methodes in de PAD-lessen, maar ze kunnen deze technieken gedurende de hele schooldag inzetten.

3. Gevoelens: hoe ga ik om met de gevoelens van mijzelf en de ander?

In het derde thema staat het leren begrijpen van gevoelens, waarden en oordelen centraal. In het PAD-leerplan gebeurt dat door o.a.: het leren van nieuwe 'emotiewoorden', het leren herkennen en verwoorden van eigen en andermans gevoelens, het leren sturen van eigen gedrag. De kinderen leren woorden die nuttig zijn bij het logisch redeneren, woorden die gevoelens en gemoedstoestanden beschrijven en woorden die je nodig hebt bij het probleem oplossen. De leerlingen leren de inhoud en reikwijdte van emotiewoorden kennen en worden aangemoedigd om gevoelens bij zichzelf en bij anderen te herkennen.

4. Probleem oplossen: hoe kan ik op een prettige en goede manier een probleem oplossen?

In het vierde thema bouwt het PAD-leerplan voort op de Schildpadmethode en de Stoplichtmethode. In dit thema oefenen de kinderen op een meer abstract niveau met de vaardigheden die nodig zijn om problemen op te lossen. Dit gebeurt met behulp van de elf stappen van het probleemoplossen:

1. Word rustig en denk na

2. Wat is het probleem?

3. Welke gevoelens spelen een rol?

4. Wat is het doel?

5. Welke oplossingen zijn er?

6. Wat zijn de gevolgen?

7. Kies de beste oplossing!

8. Maak een plan.

9. Voer het plan uit.

10. Werkt mijn plan?

11. Anderen oplossingen proberen.

Er wordt gebruik gemaakt van verschillend materiaal: 1. twee schildpad handpoppen; worden gebruikt bij de Schildpadmethode. 2. Emotiekaartjes en emotiegezichtjes; hiermee kunnen de leerlingen aangeven welke emotie bij ze past tijdens het oefenen.

Werkvormen

spelletjes spelen, sociale interactie, rollenspelen, klassengesprekken