Bloe Boekenreeks

Auteur: Marian van Gog en Richard Feld, 1999
Methode: prentenboekjes (4)
Doelgroep: 4-6 jaar
Individueel/groepsgewijs: beiden
Begeleiden met: Iedere volwassene (ouders, professionals)

Doelstelling

In circa 6 verhalen per prentenboek leren jonge kinderen verschillende basisemoties herkennen.

Inhoud

In de serie Bloe-prentenboeken (7 delen) komen de volgende emoties aan de orde: boos, verrast,  bang, verkikkerd, verdrietig, blij, jaloers. Het boekje wordt voorgelezen en de inhoud wordt met het kind besproken. Bij de prentenboeken hoort een handpop (Bloe) die een belangrijke rol speelt tijdens de verhalen. Zodra de emotie op een hoogtepunt is, komt Bloe te voorschijn. Dit is telkens voor het omslaan van de laatste pagina van elk verhaal. Het boek gaat dan dicht en Bloe roept de kinderen op om hun eigen gevoelens te verwoorden. Hiervoor staan achterin het prentenboek een aantal richtvragen. Bloe heeft ook een muts. De muts kan omgebogen worden om verschillende emoties te accentueren. Na het gesprek wordt het verhaal uitgelezen. Er kunnen ook liedjes gezongen worden met behulp van de CD-rom.

Een voorbeeldje

Bang- Het eerste verhaaltje van het deel Bang gaat over bang zijn voor een spin. Jakko en zijn vader zijn de zolder aan het opruimen. Als ze naar beneden willen gaan, ziet Jakko een grote griezelige spin! Hij blijft stokstijf staan, zijn hart bokt heel raar en hij kan geen adem halen. Jakko is heel bang voor de spin!

Na het omslaan van de bladzijde gaat het verhaal verder: Papa en Jakko durven niet langs de spin. Papa kijkt eens goed en vindt het lijfje het engst. Hij vraagt aan Jakko wat hij eng vindt: de poten. De poten hebben haar. En ze lopen zo snel. Jakko durft wel te kijken, maar nog niet erlangs te lopen. Papa bedenkt een slimme oplossing; hij doet een glas over de spin. Zo, nu kan hij nergens heen. Jakko bekijkt de spin van dichtbij en durft er langs te lopen nu.

Vragen die gesteld kunnen worden bij het verhaal:

Wie van jullie is wel eens bang geweest? Waarvoor? Welke situatie? Hoe komt het dat de angst minder is geworden? Wie of wat heeft je daarbij geholpen?

Werkvormen

Voorlezen, klasbespreking, sociale interactie